8 May 2012

We mailen!

Mail_symbol

0 0 1 201 1057 DeKoningschrijft 19 1 1257 14.0 Normal 0 21 false false false NL JA X-NONE

In een eerdere slowblog besprak ik hoe lastig ik het vind om de berichtenstroom die dagelijks op me afkomt te reguleren. Natuurlijk ga ik ook zelf op zoek naar prikkels en input op websites en social media. Toch heb ik daar voor mijn gevoel meer grip op. Mijn uitdaging ligt echt bij het sturen van de inkomende mailstroom. Om niet om de haverklap afgeleid te zijn van de dingen die ik echt wil doen, probeer ik mijn mailgebruik te doseren. Want alleen als ik mijn mail (en twitter) uitzet, lukt het me om geconcentreerd te schrijven.

Hoewel ik voorheen geregeld stiekem toch nog even keek, heb ik onlangs besloten om mijn mailbox ook echt ‘maar’ vier keer per dag te checken. Op zich een makkelijk besluit. Toch werd ik direct met een nieuw probleem geconfronteerd. Hoe zorg ik dat ik binnen de – door mezelf – gestelde tijdslimiet blijf? De HBR-blog van Peter Bregman geeft goede tips om je e-mailstroom efficiënt te beheersen en te verwerken. Een deel van de tips is niet op mij van toepassing, maar toch helpen ze me mijn eigen productiviteit te bewaken.

We mailen (maar wel op gezette tijden).

 

 

30 Mar 2012

Effectief negeren

Negeren

Twee mensen in een koffietent die niet naar elkaar, maar het scherm van hun telefoon kijken. De verschillende piepjes die mijn laptop produceert als er mail of een nieuwe tweet binnenkomt. En dat is nog maar de normale instroom. Want ook Google Alerts en al die boeiende websites en blogs die ik moet (of wil) volgen, zorgen ervoor dat 24 uur per dag domweg te weinig is. Of in ieder geval lijkt.

Daar zit ‘m het grote verschil is. Door de continue stroom aan informatie lijkt het alsof je het heft zelf niet meer in handen hebt. Terwijl de oplossing heel eenvoudig is. Kies je prioriteiten en negeer de rest. Klinkt heel eenvoudig en dat is het ook. Zelf start ik m’n werkdag met een rondje langs de velden. Ik scan Tweetdeck, lees mijn mail  – opvallend overigens dat mail lezen inmiddels op de tweede plaats komt. Vervolgens surf ik langs een vaste serie websites. En dan gaat het er om. Ik kies er bewust voor om te gaan schrijven. Dus sluit ik alle accounts om dat zonder piepjes en afleiding te kunnen doen.

 

Zo kan ik rustig werken. En op het moment dat ik in contact ga met anderen (live, via telefoon of mail) ben ik er ook echt. Zonder dat ik met een schuin oog weer andere informatie in de gaten houd. Negeer je toestel, niet je gesprekspartner.

 

6 Dec 2011

De kracht van pen en papier

Blocnote_en_pen

 

Vorige week was ik op AdfoTODAY. Het viel me op dat veel mensen een iPad gebruikten om hun inzichten en ideeën vast te vastleggen. Voor iedereen zonder tablet had de organisatie een blocnote en pen neergelegd. Tijdens een parallelsessie over neuromarketing zat ik naast iemand die het scherm van zijn iPad driftig met z’n vinger beroerde om aantekeningen te maken. Echt praktisch leek me dat niet. Bovendien zag ik – al spiekend – dat het verslag niet meer dan een verzameling steekwoorden was. Voor mij ontbrak het verband, maar dat kan hij natuurlijk thuis nog aangebracht hebben.

Dit voorval kwam weer boven drijven toen ik een blog van Kevin Purdy over de kracht van de pen las. Hij stelt dat er weliswaar veel tools en apps zijn om taken en ideeën vast te leggen, maar dat handgeschreven informatie toch beter beklijft. Het verhaal is dus een regelrechte case voor het gebruik van de gouwe ouwe pen en dode bomen. Zelf hoef ik daarvan niet overtuigd te worden. Mijn ToDo-lijst schrijf ik inderdaad nog met de hand. Hoewel ik ook wel planningstools heb, maakt zelf schrijven me bewuster van het werk dat ik nog moet doen. Verder kan ik makkelijker prioriteiten geven (bijvoorbeeld met een uitroepteken). Ook het aanpassen van de planning kan zonder aparte tools op te starten.

Ik vind het wel prettig om te lezen dat opmerkingen en ideeën die je met de hand schrijft beter beklijven. Deze conclusie van Kevin Purdy onderstreept mijn eigen ervaring tijdens interviews. Ik neem niets op en klop ook niets in op een laptop. Dat kost me extra tijd en belangrijker: het maakt de herbeleving van het gesprek niet beter. Mijn (voor anderen onleesbare) aantekeningen op papier zijn onmisbaar om een goed verhaal te schrijven.

Dit is overigens geen pleidooi tegen de iPad. Ik zou er maar wat graag een hebben. Maar voor mijn ToDo-lijst en aantekeningen pak ik toch gewoon pen en papier. En niet voor niets, zoals blijkt.

 

 

3 Nov 2011

Durf te vragen

Elke tweep kent #durftevragen of #dtv. Als je iets even niet meer weet, vraag je het via twitter. Meestal heb je het antwoord dan razendsnel in je timeline. Toch zijn er vragen waar ook twitteraars geen antwoord op kunnen geven. Die moet je toch echt zelf durven stellen en misschien ook wel beantwoorden. Hier komtie.

Een goede relatie wil nieuwe content op zijn site. Of ik die kan maken? Bij de eerste meeting blijkt het niet zo eenvoudig. Dus even een pas op de plaats. Durf te vragen: Wat doe je nu werkelijk? Wat wil je met je website bereiken? Wat zijn je doelgroepen? Pure contentstrategie. Met een tas vol huiswerk vertrok hij weer. De volgende meeting waren die vragen beantwoord en was de site-structuur aan de beurt. Durf te vragen: Wat vertel je wel en vooral ook wat niet? Daar hebben we een goede discussie over gevoerd.

Tot dan gaat alles nog crescendo, lijkt het. Maar aan het eind van de tweede sessie maken we geen concrete afspraken over de planning. We sluiten geen ‘contract’. Ik weet het, dat is niet verstandig. Als je je klant echter goed kent en vertrouwt, schiet het er soms bij in. Bovendien kon ik aan de slag omdat ik nu voldoende input had voor een eerste versie. Door omstandigheden – vakantie, ziekte en een cursus - schoof ik het werk echter steeds op de lange baan. Elke keer kwam er iets tussen en het project hing als een donkere wolk boven mijn hoofd. Na een paar weken heb ik me op een middag eindelijk kwaad gemaakt. Binnen een paar uur drukte ik met een zucht van opluchting op send.

Al snel kwam er een positieve reactie van de andere kant. Mijn klant was aangenaam verrast door de content. Niet alleen omdat hij het goede teksten vond, maar vooral doordat hij eigenlijk alleen een kostenvoorstel had verwacht! De opgebouwde stress in mijn lijf was dus onnodig en kwam geheel uit mijn eigen koker. Had ik maar gedaan wat ik op twitter heel makkelijk doe: durf te vragen als iets onduidelijk is. Maar dat is bij een persoon blijkbaar lastiger dan bij de veilige twitter-gemeenschap.

 

28 Oct 2011

NEE!

 

Nee

Een klant heeft een externe adviseur ingehuurd voor een content-project. Als vaste tekstschrijver maak ik kennis met deze adviseur. In het gesprek maakt hij meteen duidelijk dat hij de baas is en overal bovenop wil zitten. De eerste twijfels over mijn deelname aan dit project gaan al door mijn hoofd. Bij de onthulling van de plannen blijkt verder overduidelijk dat dit mijn klant niet gaat verder helpen. Alle seinen staan op rood. Hoe duidelijk wil je de signalen hebben? Toch sluit ik het gesprek vriendelijk af en zeg ik erover na te denken.

Ben ik een conflictvermijder, te aardig of weet ik niet wat ik wil? Ik vertrouw blijkbaar niet op mijn gut feeling. Al in de auto start ik de zoektocht naar tegenargumenten. Het is toch een mooie kans, kan ik de omzet missen et cetera. Ik start een spel dat me veel tijd en energie kost en waarvan de uitkomst toch al vaststaat: NEE!

Pas na een week speel ik open kaart naar de projectleider en mijn klant. Ik doe niet mee. De dictatoriale aanpak schrikt me af en ik geloof niet in het project. Ooit wel eens overtuigender argumenten gehoord? Belangrijk is dat ik het nu echt zeker weet. Niet je gevoel volgen, zorgt voor ineffectieve vertraging in de communicatie. Zeker als je weet dat je gevoel de ratio altijd een stap voor is. Een situatie beoordelen vanuit het ‘hier en nu’ scheelt veel tijd en energie. Die kun je beter in positieve projecten steken.  Oh ja, de klant vond mijn oordeel belangrijk en heeft het project afgeblazen.

 

 

22 Aug 2011

Klanten: afhankelijkheid of relaties bouwen?

Zonder klanten valt er weinig te ondernemen en komt er geen geld binnen. Dit is wel een heel eendimensionale blik op een klantrelatie, dat realiseer ik me. Het is dan ook niet mijn benadering. Die is: doordat klanten mijn diensten afnemen, zijn ze de uitlaatklep voor mijn kennis, ervaring en creativiteit. En dat vind ik prettig. Ik kruip dan ook graag in de huid van mijn klanten en hun bedrijven om ze van goede content te voorzien. Dat lukt me alleen als ik klantgericht te werk ga. Voor mij is dat logisch. Toch zijn er branches waarbij die logica niet vanzelfsprekend lijkt.

 

Het kan toeval zijn, maar de laatste twee keer dat er in huis iets stuk was, had ik de grootst mogelijke moeite om iemand te vinden die me kon helpen. Een gebroken ruit laten vervangen, kostte me toch zeker drie telefoontjes voor dat iemand tijd had/wilde maken om dit klusje te klaren. Nu de kraan in de keuken stuk is, heb ik het eerste teleurstellende telefoongesprek ook al weer achter de rug. Deze man zei gehaast dat het druk was door vakanties en dat ik maar beter een collega-bedrijf kon bellen. Na enig aandringen en overdrijven – ik kan het echt niet zelf en het water spuit er uit - sta ik nu met gods gratie op een soort wachtlijst.

 

Er is dus enige hoop. Toch ben ik echt met stomheid geslagen door het gebrek aan klantgerichtheid van deze bedrijven. Dat je geen tijd hebt is nog tot daar aan toe, maar iemand domweg afwijzen, staat heel ver af mijn eigen overtuigingen. Wat ook mee speelt is dat ik me erg afhankelijk voel van deze experts op hun vakgebied. Door mijn twee linker handen word ik min of meer gedwongen mezelf over te geven aan mensen die zich niet willen of kunnen verplaatsen in de situatie van hun klant. Juist dat inlevingsvermogen is volgens mij noodzakelijk om een goede klantrelatie opbouwen. Maar ja, voorlopig werkt het in de lokale loodgieterswereld anders. Onze relatie is blijkbaar nog niet stevig genoeg om mijn kraan te repareren. Ik blijf bouwen en vooral bellen.

 

15 Aug 2011

Watch your mouth!

Megafoon

De drempel om nieuws wereldkundig te maken is nu wel heel laag. 140 karakters intikken op twitter en op enter drukken. Naast je volgers neem je en passant ook nog je gehele LinkedIn netwerk mee. Nu heb ik niet veel volgers dus de hele wereld zal ik niet zo snel bereiken. Toch was ik laatst erg verrast over het bereik van social media toen ik tweeps uit enthousiasme een sneak preview van nieuws uit een persbericht gaf.

 

Tijdens het lokaliseren van het bericht  - ik vertaal niet – kon ik mezelf niet bedwingen. Uit onderzoek van een klant bleek dat het overgrote deel van de reclamebestedingen aan printmedia geen meetbaar effect op de verkoop heeft. Een tweet waarin ik dit nieuws sensatiebelust bekend maakte, slingerde ik binnen een paar seconden de wereld in. Tot mijn grote verbazing kreeg ik binnen een paar minuten al drie reacties. Mensen die mij niet eens volgden, wilden wel meer over het onderzoek weten. Op zich is het natuurlijk grappig om te merken dat mensen mijn berichten überhaupt lezen en zelfs de moeite nemen om er op te reageren. Het was alleen erg jammer dat mijn klant het persbericht nog niet gezien, laat staan goedgekeurd, had. Tweeps wilden terecht meer weten over de achtergronden en resultaten van het onderzoek. Anders was het gewoon een van de vele ongefundeerde of zelfs nietszeggende onderzoeken die op social media rondwaren. Ik had dus heel wat uit te leggen. Ook aan mijn klant.

 

Voor mij liep het verhaal met een sisser af. Gelukkig waren de onderzoeksresultaten al wel in het Verenigd Koninkrijk gepubliceerd en kon ik daar naar verwijzen. Hierdoor was er geen directe schade voor mijn klant. Deze kwestie was mijn twitter-ontgroening. Het heeft me geleerd dat je op social media – net als IRL - je mond niet voorbij moet praten. Want het sneeuwbaleffect kan enorm zijn. Ook als je slechts een handvol volgers hebt.

 

 

2 May 2011

Een gespleten persoonlijkheid?

Januari6

Klanten vragen mij geregeld om een voorwoord, artikel of column te schrijven uit naam van een directeur, manager of andere deskundige. Als je dit negatief interpreteert, gaat zo iemand met mijn stuk aan de haal. Maar ik heb daar als broodschrijver niet zo’n moeite mee. Zeker niet als ik goeie input krijg. Voor deze opdrachten moet ik wel in de huid van de ‘auteur’ kunnen kruipen en dat voelt soms alsof ik een extra persoonlijkheid aan die van mijzelf toe voeg.

 

In sommige gevallen gaan de eisen wat ver omdat er dan ook nog een derde persoon in beeld komt. De vraag is dan een column ‘zoals Youp van ’t Hek ze op zaterdag publiceert’. Ook de naam van wijlen Martin Bril of Aaf Brandt Corstius valt dan soms. Die eis geef ik meestal direct terug aan de klant. Ik ga liever meteen de echte uitdaging aan; gortdroge beleidsstukken op een prikkelende en frisse manier opschrijven zodat iedereen binnen het bedrijf weet wat hem of haar te doen staat. Natuurlijk zonder de geloofwaardigheid en deskundigheid van de ‘auteur’ aan te tasten. Op de een of andere manier krijg ik daarbij altijd het onmogelijke ‘een beetje zwanger’-gevoel.

 

Moet je dan als contentprofessional een gespleten persoonlijkheid hebben om al deze eisen in te kunnen vullen? Nee hoor. Dan blijkt dat ik een vak beheers. Door de boodschap(pen) te identificeren en helder te krijgen, en de doelgroep goed in kaart te brengen, lukt het vrijwel altijd om goeie content te produceren. Of in ieder geval een stuk waar klanten tevreden over zijn. Natuurlijk gaat dat niet vanzelf. Anders deden al ‘te drukke’ mensen het inderdaad zelf wel. Het vraagt doorzettingsvermogen, uitzoekwerk, veel (telefoon)gesprekken en mailverkeer. Uiteindelijk levert zo’n schijnzwangerschap dan toch een pracht van een baby op. Hopelijk zonder een gespleten persoonlijkheid.

 

18 Apr 2011

RIP tekstschrijver

Rip

‘Is tekst je kernactiviteit of slechts output?’ Voor iemand die zichzelf tekstschrijver noemt, slaat zo’n vraag in als een bom. Ik zat in een sessie om meer zicht op mijn business model te krijgen, maar dit was wel een erg drastische wending. ‘Natuurlijk is tekst mijn core business’, schreeuwde mijn instinct. Toen ik er wat langer over nadacht, sloeg de twijfel echter toe.

Tekst is zeker het eindresultaat van mijn werk, maar doe ik niet veel meer? De kwaliteit van deze output wordt namelijk bepaald door het voortraject. Om tot goede teksten te komen, moet ik toch echt eerst weten wat mijn klant te vertellen heeft. Wat is de boodschap die hij of zij wil verkondingen? Voor wie is dat interessant en hoe bereik je die doelgroep? Allemaal vragen die onlosmakelijk met mijn werk verbonden zijn. Het zijn de stappen die ik elke keer - vaak onbewust - zet om überhaupt iets te kunnen schrijven. Ongeacht de output: een blog, persbericht, casestudy of artikel.

Tekstschrijver dekt de lading dus helemaal niet. Ik produceer content. En dat doe ik vanuit verschillende rollen. Allereerst als strateeg door samen met klanten de boodschap te bepalen. Vervolgens verzamel ik als regisseur de beschikbare informatie en content, en bepaal ik de afstemming op doelgroep en kanaal. Pas dan ga ik tikken. Voor mij is het overduidelijk: de tekstschrijver is dood. Lang leve de content consultant. 

 

12 Apr 2011

Het lekt bij de loodgieter

Kraan

De afgelopen maanden ben ik zelf in de valkuilen gelopen waarvoor ik mijn klanten altijd wil behoeden. Mijn website moest anders. Na drie jaar wilde ik wel eens wat nieuws. Zowel de content als het uiterlijk kon wel een opfrisbeurt gebruiken. De vormgeving aanpassen was niet heel lastig, daarvoor heb ik gewoon een professional ingehuurd. We waren het snel eens: weg met die oubollige foto’s (een kroonpennetje, een kopje koffie en een foto waarbij ik dromerig in de lens kijk met mijn kin op hand).

Maar dan de content. Als je op je LinkedIn-profiel roept dat je content consultant bent, moet de tekst op je eigen site natuurlijk van het scherm spatten. Precies volgens het boekje heb ik eerst goed nagedacht over mijn positionering. Na een business model innovation sessie met het canvas van Alexander Ostenwalder had ik een redelijk beeld van mijn sterke kanten en vooral ook kansen. De conclusie was helder, maar ook wel verrassend. Tekst is ‘slechts’ de output van mijn proces. De echte waarde zit ‘m in het voortraject. In het kort help ik bij het bepalen van de contentstrategie die de basis voor contentproductie vormt. Geen goeie content zonder dat je weet wat de boodschap is en via welk kanaal je ‘m aan een doelgroep kwijt wilt. Daarbij is ook een belangrijke rol voor contentregie weggelegd.

In theorie heb ik dus alle fases goed doorlopen. Toen begon de ellende. ‘Kort en compact formuleren’ roep ik altijd naar klanten. Maar voor mijn eigen website en content lukte dat me dus niet. Toen ik eindelijk versie 6 geschikt voor publicatie vond ging de webbouwer aan de slag. Het resultaat was ontluisterend. Te volle webpagina’s waarin ik mijn hele ziel en zaligheid wilde blootleggen. Het kwam er op neer dat ik alles kan en vooral ook wil. Maar of potentiele klanten dat ook inzien? De aanblik van die bomvolle site was het keerpunt. Ik ben met de botte bijl los gegaan op mijn eigen teksten. En uiteindelijk is het gelukt mijn aanbod overzichtelijk en duidelijk te verwoorden. Dat vind ik ten minste. Hoewel het dus erg lang heeft geduurd, is het voor mij overduidelijk dat het inderdaad altijd lekt bij de loodgieter.